Leven in de vluchtgarage

*deze radioreportage maakte ik in het derde jaar van de opleiding journalistiek (2013)

‘Nederland heeft een inhumaan vluchtelingenbeleid’, zo oordeelde een Duitse rechter in het voorjaar van 2014. Aanleiding was een Somalische asielzoeker die in Nederland werd uitgeprocedeerd. Na de procedure vroeg hij asiel aan in Duitsland. Volgens het Dublinverdrag was Duitsland als EU-lidstaat verplicht de man terug te sturen naar Nederland: het land waartoe hij vluchtte. Maar dat weigerde de Duitse rechter, omdat illegalen in Nederland geen recht meer hebben op ‘bad, bed en brood. En dat zijn volgens het Europees Comite voor de Sociale Rechten drie basisbehoeften waar elk mens recht op heeft. Ook een Amsterdamse rechter schaarde zich achter de uitspraak van het Europees comite.

Maar in hoeverre is een regering verantwoordelijk voor personen die al zijn uitgeprocedeerd? En is het wenselijk dat een persoon ontdaan kan worden van zijn rechten?

Tijd om een kijkje te nemen in het leven van Nadji. Hij vluchtte in de jaren negentig voor de burgeroorlog in Algerije naar Italië. Nadat hij daar een paar keer een werkvergunning had gekregen, reisde hij in afwachting van zijn volgende werkvergunning naar Nederland. Hier moest hij van het IND asiel aanvragen. Sindsdien woonde hij in verschillende asielzoekerscentra tot hij in een hoger beroep in januari 2014 hoorde dat hij het land uit moest. Door zijn illegale status vervielen zijn rechten en woonde hij destijds in een kraakpand op de vluchtmarkt in Amsterdam.

Voordat Nadji naar de vluchtmarkt ging, woonde hij in de Vluchtgarage. Samen met honderd andere dakloze vluchtelingen uit zeventien verschillende landen. Nadji en ik zoeken zijn oude vrienden op die ons rondleiden en vertellen over hun leefomstandigheden. Stans Goudsmit, van het College Voor De Rechten Van De Mens laat weten hoe zij over de situatie van uitgeprocedeerde asielzoekers denkt.